Merken,- modellen- en auteursrecht | woensdag 22 april 2026 

Op woensdag 22 april 2026 organiseren we de voorjaarseditie van actualiteiten merken- modellen- en auteursrecht.  Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van productvormgeving, auteursrecht en merkenrecht, met Selmer Bergsma (De Brauw Blackstone Westbroek), Jesse Hofhuis (HOFHUIS) en Joris van Manen (HOYNG ROKH MONEGIER). In slechts drie uur tijd, tijdens de lunch, heeft u weer het complete overzicht.

Tijdens deze middag worden onder andere de volgende uitspraken besproken:

Merkenrecht
HvJ EU 18 december 2025, IEF 23188; IEFbe 4075; ECLI:EU:C:2025:986 (PMJC SAS tegen [W] [X], [M] [X], [X] Créative SAS)

In deze zaak stonden twee merken centraal die overeenkomen met de familienaam van een modeontwerper en na overdracht door PMJC werden gebruikt. Na het einde van de samenwerking stelde PMJC onder meer merkinbreuk en oneerlijke mededinging, terwijl de ontwerper in reconventie aanvoerde dat het gebruik van de merken door PMJC misleidend was omdat het publiek zijn betrokkenheid kon veronderstellen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelt dat ook misleiding over stilistisch auteurschap onder de vervalgrond kan vallen. Enkel gebruik van een ontwerpersnaam is echter onvoldoende; vereist is daadwerkelijke misleiding of een ernstig risico daarop bij de gemiddelde consument.

Hof Den Haag 25 november, IEF 23126; C/09/622304; ECLI:NL:GHDHA:2025:2387 (Audi en Volkswagen tegen Fruugo)
Audi en Volkswagen stellen dat Fruugo merkinbreuk pleegt dan wel onrechtmatig handelt door inbreukmakende aanbiedingen van derden op haar platform. Het hof oordeelt dat niet Fruugo, maar de derde verkopers de “adverteerders” en merkgebruikers zijn en dat Fruugo voor de gemiddelde consument niet als verkoper optreedt, zodat geen sprake is van eigen merkinbreuk. Fruugo kwalificeert als neutrale hostingdienstverlener in de zin van de e-commercerichtlijn/DSA en verwijdert inbreukmakende content na kennisname, waardoor zij zich op de hosting-exceptie kan beroepen. De vorderingen worden afgewezen en het eerdere vonnis wordt bekrachtigd, met veroordeling van Audi en Volkswagen in de proceskosten.

Gerecht EU 10 december 2025, IEF 23379; IEFbe 4145; T‑481/24 (Savencia SA tegen EUIPO, Hofmeister Vermögensverwaltungs GmbH)
Het Gerecht beoordeelt of er verwarringsgevaar bestaat tussen een aangevraagd 3D-kaasmerk en oudere nationale 3D-merken van Savencia. De Kamer van Beroep had de oppositie afgewezen omdat zij het oudere merk als nauwelijks onderscheidend beschouwde. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer daarmee feitelijk het onderscheidend vermogen van een geldig nationaal merk heeft ontkend, wat niet is toegestaan in een oppositieprocedure. Een ouder nationaal merk moet altijd een zekere mate van bescherming krijgen en de geldigheid ervan mag niet indirect ter discussie worden gesteld. Omdat de Kamer dit heeft miskend, wordt haar beslissing vernietigd.

Modellenrecht
Hof Den Haag 20 februari 2026, IEF 23307; 200.345.513/01 (Tomasz Chwilowicz, (voorheen) h.o.d.n. Jaguar Tomasz Chwilowicz, Jaguar en Pularys tegen Secrid B.V.)

In deze zaak staat Secrid tegenover de Poolse ondernemer Chwilowicz. Secrid vordert een Benelux- breed verbod wegens modelinbreuk en subsidiair een Nederlands verbod wegens auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing. Het hof oordeelt dat slechts twee van de vijf Pularys-portemonnees inbreuk maken; voor de overige drie ontbreekt eenzelfde algemene indruk. De subsidiaire grondslagen falen wegens het ontbreken van creatieve keuzes en verwarringsgevaar. Het vonnis wordt grotendeels vernietigd en alleen voor twee modellen bekrachtigd. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat Secrid moet terugbetalen.

Gerecht EU 25 februari 2026, IEF 23361; IEFbe 4138; ECLI:EU:T:2026:146 (Empreinte tegen EUIPO)
Het Gerecht bevestigt de weigering van een 3D-Uniemerk voor een kurkentrekker, omdat de vorm uitsluitend technisch bepaald is (art. 7 lid 1 onder e ii UMVo). De wezenlijke kenmerken – een ergonomische handgreep en een spiraal – zijn noodzakelijk voor de werking van het product, namelijk het verwijderen van een kurk. Ook onderdelen die niet expliciet worden geclaimd, zoals de spiraal, mogen bij deze beoordeling worden betrokken. Dat de vorm esthetisch of origineel is, en dat er alternatieve ontwerpen bestaan, doet hier niet aan af. Het beroep van de aanvrager wordt daarom volledig afgewezen.

Rb. Den Haag 4 maart 2026, IEF 23349; ECLI:NL:RBDHA:2026:4366 (La Souris c.s. tegen Gedaagden)
La Souris c.s. vordert handhaving van merk-, model- en auteursrechten tegen Fatbike Discounter c.s. wegens het aanbieden van fatbikes onder het teken UNDERBOSS. Nu gedaagden geen inhoudelijk verweer hebben gevoerd, worden de vorderingen (behoudens enkele onderdelen) niet ongegrond of onrechtmatig geacht. De rechtbank gaat uit van een verstektoets binnen een procedure op tegenspraak. De rechtbank verklaart zich internationaal en relatief bevoegd voor de Uniemerk- en Uniemodelvorderingen met werking voor de gehele Europese Unie, en voor de auteursrechtelijke en Benelux-merkvorderingen voor Nederland op grond van verknochtheid.

Auteursrecht
Hof van Justitie EU 4 december 2025, IEF 23142; IEFbe 4055; ECLI:EU:C:2025:941 (Mio)
Het Hof verduidelijkt de auteursrechtelijke bescherming van toegepaste kunst, zoals meubels. Het bevestigt dat daarvoor geen hogere eisen gelden dan voor andere werken: bescherming vereist enkel originaliteit, namelijk dat het werk de vrije en creatieve keuzes van de maker weerspiegelt. Technisch bepaalde keuzes of elementen die geen uitdrukking geven aan de persoonlijkheid van de auteur tellen niet mee. Bij inbreuk moet worden beoordeeld of creatieve elementen van het beschermde werk herkenbaar zijn overgenomen. Factoren zoals de totaalindruk, inspiratiebronnen of de kans op een vergelijkbare creatie zijn daarbij niet doorslaggevend.

  • Hof van Justitie EU 19 maart 2026; ECLI:EU:C:2026:213 (Călinescu); Călinescu-zaak, IEF 23400

Conclusie A-G 26 februari 2026, IEF 23315; ECLI:EU:C:2026:123 (Verwertungsgesellschaft Wort (VG Wort) tegen TL)
Deze zaak betreft de vraag of VG Wort een klein deel van haar inkomsten uit thuiskopie- en leenrechtvergoedingen mag besteden aan een fonds ter ondersteuning van wetenschap. Auteurs stelden dat hun vergoedingen daardoor onrechtmatig werden verminderd. A-G Szpunar concludeert dat het Unierecht zich hier niet tegen verzet, ook als de middelen deels ten goede komen aan niet-rechthebbenden. Voorwaarde is wel dat rechthebbenden een billijke compensatie of passende vergoeding blijven ontvangen. Volgens de A-G mogen collectieve beheersorganisaties binnen redelijke grenzen inkomsten ook gebruiken voor culturele, sociale en educatieve doeleinden.

Rb. Midden-Nederland 4 maart 2026, IEF 23322; ECLI:NL:RBMNE:2026:558 (DGA c.s. tegen Ziggo)
De rechtbank oordeelt dat Amerikaanse regisseurs en scenaristen geen aanspraak hebben op de proportionele billijke vergoeding van art. 45d lid 2 Aw voor uitzendingen in Nederland. Doorslaggevend is dat onder het Amerikaanse work made for hire-regime de producent als oorspronkelijke maker en rechthebbende geldt, waardoor de filmmakers zelf nooit auteursrechten hebben gehad of konden overdragen. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden van art. 45d Aw. Ook een beroep op de DSM-richtlijn en de Berner Conventie slaagt niet. De vorderingen worden afgewezen en de eisers worden in de proceskosten veroordeeld.

 

Praktische informatie

Datum: woensdag 22 april 2026
Tijd: 13:00 - 16:15 uur (inloop vanaf 12.15 uur).
Locatie: Olympisch Stadion 2, Amsterdam, ingang B, naast de hoofdingag en achter de grote toren
Accreditatie: 3 opleidingspunten (NOvA, Vlaamse Orde en BMM)

Verdere informatie
  • € 445,00
  • € 395,00
  • € 350,00
  • € 100,00
Bestellen